Na de val van Jeruzalem in het jaar 70, vluchten duizend Joden door de Jedua woestijn met op hun hielen 3.000 Romeinse soldaten, die hen willen vangen voor slavernij. Onderweg vinden ze de 400 meter hoge heuvel van Masada, met het paleis van Koning Herodes. Toen Herodes deze vesting bouwde zijn vele mensen gestorven door in de afgrond te vallen. De plaatst stond ook bekend als gebied van de vliegende slaven. Via een smal pad bereiken de vluchtende Joden de top van de vesting en sluiten deze af voor de Romeinen. De onneembare vesting van Masada was voorzien voor een lang beleg en had voldoende water en voedselvoorraden. Alle aanvallen van de Romeinen werden afgeslagen, maar na drie jaar bezetting, slagen ze er in via een aangelegde brede brug uit aarde de achterkant van de heuveltop te bereiken. De avond voor de val van Masada roept de Joodse leider, Eleazar ben Yair zijn raad bij elkaar en ze beslissen dat het beter is te sterven dan slaven te zijn. Alle mannen doden hun vrouw en kinderen. Het lot bepaalt welke tien mannen de andere van de gemeenschap gaan doden. Zijzelf sterven als laatste en vallen op hun eigen zwaard. In de morgen toen de Romeinen de heuveltop bereikten, vonden ze enkel stilte en de dood. Ieder jaar worden deze gebeurtenissen door Israël herdacht en lopen Joodse soldaten van Jeruzalem door de woestijn naar Masada. Zij beklimmen de berg en zweren de eed dat Joden nooit meer slaven zullen zijn..
Return to main page